Studentenhuisvesting in Amsterdam in cijfers

Ieder jaar wordt in opdracht van Kences, een koepelorganisatie van studentenhuisvesters (o.a. DUWO en De Key), een onderzoek uitgevoerd naar studentenhuisvesting, zowel in Nederland als in de afzonderlijke studentensteden. De cijfers op deze pagina komen uit deze Lokale Monitor Studentenhuisvesting Amsterdam 2021.

Hier wordt een samenvatting gegeven van de resultaten van deze Lokale Monitor Studentenhuisvesting 2021. 

Populatie

Er studeren ruim 120.000 studenten aan een Amsterdamse hoger onderwijsinstelling. In dit onderzoek worden zij aangeduid als de primaire doelgroep.  Dit aantal zal door blijven groeien naar zo’n 142.600 in ’27-’28. Daarnaast zijn er nog zo’n 6900 studenten die hier wel wonen, maar hier niet studeren. Dit is de secundaire doelgroep. 

Van die primaire doelgroep is iets meer dan de helft uitwonend, waarvan veruit de meesten (45.000) in Amsterdam. De meesten hiervan wonen op kamers met gedeelde voorzieningen, maar 37% woont in een éénkamerwoning, een studio dus. Dan woont er ook nog een kleiner gedeelte in een meerkamerwoning. Het aantal studenten in Amsterdam is sterk gestegen, met 5,4%. Normaal lag deze groei tussen de 0 en 2%. De rest is uitwonend buiten Amsterdam. Bij de thuiswonenden woont de overgrote meerderheid (46.000, 80%) juist buiten Amsterdam. 

Studenten die niet in Amsterdam wonen, maar er wel studeren wonen vaak in de buurt, bijvoorbeeld in Haarlemmermeer, Almere of Zaanstad, of in andere studentensteden zoals Utrecht of Leiden.

Woonsituatie

Zoals je in deze figuur kan zien neemt het aantal thuiswonende studenten de laatste jaren toe: sinds ’15-’16 is het aantal uitwonende Nederlandse studenten gedaald van 40% naar 28%. Er komen wel meer internationale studenten bij. In het onderzoek wordt gesuggereerd dat dit mogelijk te maken heeft met de invoering van het leenstelsel: nu studenten geen basisbeurs meer krijgen en alles moeten lenen voor hun studiekosten en levensonderhoud, maken velen de keuze om langer thuis te blijven wonen en zo kosten uit te sparen. 

 

 

 

Iets minder dan de helft van de studenten huurt bij een woningcorporatie, waarvan veruit de meesten bij DUWO of De Key. Ook huurt meer dan een derde van een particuliere verhuurder. Studenten wonen in het algemeen in een kamer waarbij ze voorzieningen delen met huisgenoten, dit is zo voor 43% van de Amsterdamse uitwonende studenten. Ruim een derde heeft een studio, en bijna een vijfde woont in een meerkamerwoning.

 

 

De figuur hieronder laat zien dat de oppervlakte van studentenkamers toeneemt: er komen dus meer grote kamers bij. Voor alle woningtypes is het zo dat de gemiddelde oppervlakte in de afgelopen jaren is gestegen. Voor kamers met gedeelde voorzieningen heeft 50% een kamer die kleiner is dan 14 vierkante meter, terwijl eenkamerwoningen over het algemeen tussen de 18 m2 en de 21 m2 liggen, of boven de 28 m2.

 

 

 

 

 

Betaalbaarheid

In deze tabel zie je de gemiddelde inkomsten en uitgaven van studenten in Amsterdam en Nederland, thuiswonend en uitwonend. Het eerste dat opvalt is dat (zeker voor uitwonende studenten) er weinig geld overblijft aan het einde van de maand. Dit komt natuurlijk voornamelijk doordat ze veel huur moeten betalen, in Amsterdam gemiddeld zo’n €500.

Studenten financieren dit door de lenen bij DUO, of door te werken. Zeker bij die eerste inkomensbron is er een groot verschil tussen thuiswonende en uitwonende studenten. Kortom: studenten die op kamers willen gaan, zullen bereid moeten zijn daarvoor geld te lenen. Ook is het goed om op te merken dat studenten gemiddeld veel geld ontvangen uit ouderlijke bijdrages. Ook dat lijkt dus een vereiste te worden, terwijl lang niet alle ouders daar natuurlijk toe in staat zijn.

Dat lenen leidt ertoe dat met name uitwonende studenten een hoge studieschuld opbouwen. 

Dat studenten die in Amsterdam een kamer huren veel moeten lenen is niet gek als je naar de gemiddelde woonlasten kijkt. Die bedragen maar liefst €545 per maand, wat zo’n 50 euro meer is dan het landelijk gemiddelde.

Met name in de particuliere verhuur worden hoge huurprijzen gevraagd, rond de €635. Deze prijzen zijn de laatste jaren ontzettend hard gestegen: 27%. In de rest van Nederland lag dit op 19,5%. Ook bij niet-Kences corporaties en bij informele verhuur gaat de gemiddelde prijs echter over de €500 heen. De Kences corporaties zijn veruit het goedkoopst, met een huurprijs van rond de €420. 

De hoge huurprijzen en precaire financiële positie van studenten leiden ertoe dat de gemiddelde woonquote (verhouding woonlasten-inkomen) maar liefst 46,8% bedraagt! Dat betekent dat studenten die in Amsterdam wonen iets meer dan de helft van hun inkomen kwijt zijn aan hun woonlasten. Dit is net iets boven het landelijk gemiddelde: dat ligt op 46,1%.  Over het algemeen wordt een woonquote van 20%-30% gezien als normaal. Alle studenten in Nederland zijn dus veel te veel huur kwijt.  

Woonvraag en verhuismogelijkheden

Niet iedereen die in Amsterdam op kamers zou willen wonen doet dat ook daadwerkelijk. Veel studenten wonen nog thuis. Hier zijn meerdere redenen voor. De staafdiagrammen links laten zien dat betaalbaarheid voor 50% van de mensen de reden is dat ze nog thuis wonen. Nieuw dit jaar is natuurlijk Corona: 8% geeft aan niet uit huis te gaan vanwege corona. Beschikbaarheid is als reden afgenomen: waarschijnlijk omdat er tijdelijk meer aanbod was door het wegblijven van internationale studenten.   

 

Dit laatste zal waarschijnlijk snel genoeg verdwijnen: de woningkrapte op de woningmarkt neemt weer toe. Tot ’28-’29 wordt een groei van 14.100 studenten verwacht. Dit zal er toe leiden dat er nog meer mensen een huis op de woningmarkt willen vinden, terwijl de bouw niet snel genoeg gaan.

 

De woonvraag is nu in totaal 58.300, terwijl er maar 51.200 studenten daadwerkelijk op kamers wonen. Dit houdt in dat er dus een tekort is van 6600 woningen. Dit gaat met de huidige groei alleen maar toenemen.