Schakelprogramma’s UvA scoren voldoende
Uit onderzoek dat het ASVA onderzoeksbureau heeft gedaan naar schakelprogramma’s aan Universiteit van Amsterdam blijkt dat schakelstudenten en docenten deze programma’s overwegend positief beoordelen. Het gemiddelde rapportcijfer dat de studenten aan het schakeljaar geven, is een 6,9. Van de ondervraagde docenten geeft meer dan 60% aan dat het schakeljaar een goede voorbereiding is op de master. Het blijkt echter dat er nog heel wat zaken verbeterd kunnen worden. 33% van de HBO-studenten denkt bijvoorbeeld na het volgen van een schakelprogramma niet in staat te zijn wetenschappelijk onderzoek te doen.
Een schakeljaar voorziet studenten, die niet direct toegang hebben tot een specifieke master, van de nodige kennis die hen in staat stelt de master te volgen. HBO-studenten kunnen na het volgen van een schakelprogramma doorstromen naar een universitaire master. De schakelprogramma’s houden meestal geen rekening met de vooropleiding van de student. Dit zou kunnen verklaren waarom de ondervraagde schakelstudenten sterk van mening verschillen over studiedruk en de moeilijkheidsgraad van tentamens. HBO-studenten hebben vaker dan WO-studenten moeite met Engelse teksten en statistiek. ASVA-voorzitter Anne Janssens: “Schakelprogramma’s moeten beter aansluiten op de educatieve achtergrond van de student. Dan wordt de student optimaal voorbereid op de master.”
Een opvallend resultaat is dat 40% van de studenten na afronding van het schakeljaar denkt niet in staat te zijn om een eindscriptie te schrijven. Daarentegen denkt 41% van de WO-studenten ook zonder het volgen van het schakeljaar de master te kunnen halen. 24% van de HBO-studenten deelt deze mening. Docenten vinden dat de schakelstudenten over het algemeen een lager niveau hebben dan reguliere studenten en dat schakelstudenten meer begeleiding nodig hebben dan reguliere studenten.
Klik hier voor een PdF met de onderzoeksresultaten.
Return